Posts tonen met het label Kaatje Wharton. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kaatje Wharton. Alle posts tonen

vrijdag 16 februari 2007

Slam!

Ik had jullie gisteren al een bijdrage beloofd over de slamfinale, maar dat kwam er niet van (niet vergeten dat Frans en ik gisteren iets te vieren hadden…) Maar nu heb ik er even tijd voor. In plaats van zelf nog eens een volledig verslag te schrijven (kijk daarvoor maar even op Vlinderiaans) wil ik reageren op het verslag van Kaatje Wharton, dat op Pomgedichten werd gepubliceerd (klik hier voor het ‘halve’ en hier voor het ‘volledige’ verslag van Kaatje). Ik zal een aantal passages aanhalen waar ik zelf iets over kwijt wil…

Laten we beginnen met een toch wel memorabel evenement van de avond. Kaatje beschrijft het zo:
“Antistresspoweet. Tja, de jongeheer bestijgt het podium, legt zijn eigen klokje heel demonstratief naast zich neer, zegt de titel van zijn gedicht ‘de naakte waarheid’, zwijgt en trekt gewoon zijn kleren uit. Poedelnaakt.”
En zo gebeurde het ook. Maar dan schrijft Kaatje ook nog:
“Wat we toen zagen was zo potsierlijk belachelijk idioot dat hij beter op zijn minst zijn slip had aangehouden. Eén leuk voordeel was dat er die avond heel veel vrouwen naar huis zijn gegaan met het goede gevoel dat hun manneke toch heel wat beter van oren en poten en vooral van kloten was voorzien dan wat er daar hing te bengelen.” En in een eerder verslag: “Tja … en nu. Wat doe je nu met een blote jongeman waarvan je bij een eerste blik alleen maar kan vaststellen dat eigen lief van meer dan 25 jaar ouder beter en mooier behept is…”
Vindt Kaatje Erwins striptease niet kunnen, wel, wat zij erover schrijft, vind ik nog veel minder kunnen. Het is een regelrechte belediging, een letterlijke en figuurlijke slag onder de gordel en het getuigt van een, vergeef me de omschrijving, bakvismentaliteit, die ik niet van Kaatje verwacht had. Je hebt (toepasselijk) ballen nodig om daar op dat podium je kleren uit te trekken, je moet zeker zijn van jezelf. En laten we daar dan even op focussen in plaats van op ‘oren, poten of kloten’. Want een naakte man is meer dan zijn ‘klokkenspel’ alleen. In eerste plaats is een naakte man heel kwetsbaar. Erwin heeft zich dus kwetsbaar opgesteld en dan is het wel heel gemakkelijk (en laag) om hem dan frontaal aan te vallen, en dan nog wel over het kwetsbaarste wat er bestaat. Erwin stond daar niet om als een Grieks beeld (die formaatjes trouwens al eens goed bekeken?) bewonderd te worden. Hij stond er als de naakte waarheid.


Ook zegt Kaatje:
“Had zijn naaktheid nu het gedicht sterker gemaakt, dan was de rest nog aanvaardbaar maar als jurylid luisterde ik ook aandachtig naar de woorden en dacht ik, maar dat is mijn idee daarover, dat hij het beter aangekleed had gedaan…”
Iedereen zijn mening, dus hier de mijne: ik vond het gedicht wél versterkt, en wel omdat de naakte waarheid op die manier sterk wordt verbeeld: zoals hierboven aangehaald is ze kwetsbaar, ze verbergt niets meer, is volledig transparant geworden en laat zien wat misschien pijnlijk zou kunnen zijn… Wat zijn kleren trouwens anders dan een schild van onze ware essentie? Maar voor ik hier al te filosofisch ga liggen uitweiden, ik vond het wel degelijk kunnen en het gedicht ondersteunen. Zijn naaktheid was een onderdeel van het gedicht, en moet ook zo bekeken worden. En niet als aanleiding aangegrepen worden om flauwe opmerkingen over te maken en al zeker niet om het eigen lief even in de verf te zetten.

Waar ik het wel mee eens ben:
“…zeker toen ie ook nog eens zijn kont naar de jury keerde en zijn billen uit elkaar trok. Dit was puur uitdagen, een uitdaging waar bij velen geen behoefte aan was…”
Dat ging er inderdaad over… en ik weet niet waarom hij dat deed, maar misschien had hij er een reden voor.

Genoeg over Erwin nu. Want Kaatje heeft nog meer geschreven, onder andere over:

“Philippe Meersman. Hoe goed Philip ook is, wat hij voordroeg, was al zo vaak gehoord dat er ergens een stukje van de schoonheid verloren is gegaan. Enerzijds maakt dat het makkelijk een oordeel over de inhoud te vellen (want je kent die goed en kan makkelijker vergelijken met anderen) maar anderzijds had ik persoonlijk toch graag eens iets nieuws gehoord, zeker in een finale.”
Als een dichter weet dat een bepaald gedicht erg sterk is en doorgaans goed wordt ontvangen door het publiek, is het toch logisch dat hij het brengt op een finale? Een dichter verwacht ook dat de jury zo objectief mogelijk oordeelt (als studente filosofie weet ik heel goed dat volledige objectiviteit onmogelijk is) over wat hij op dat moment brengt. Als jurylid moet je vergeten dat je dat gedicht al 10 keer hebt gehoord en ook wel eens iets anders wil, het is kwaliteit of niet. Punt.
Ik heb het gedicht in kwestie ook al eerder gehoord, maar het bleef krachtig, en bovendien was zijn uitvoering die avond (voor mij althans) nieuw (even terzijde: als ik in de jury had gezeten, ging Meersman door naar de finaleronde. Maar daar zat ik niet in en dit is dan ook mijn persoonlijke mening).

Dan ook nog iets over:
“Frans Vlinderman. Ik heb het hem persoonlijk al gezegd maar neen, hij deed zijn best maar had de verkeerde poëzie mee. Zijn eerste gedicht was een ik rijm, jij rijmt, hij rijmt gedicht waar ik zelf niets bij kon voelen en iemand anders opmerkte dat dit schoolfeestpoëzie was maar zeker geen Slam.”
Ik geef onmiddellijk toe dat mijn Vlinderman niet in vorm was en daar eigenlijk ook niet helemaal op zijn plaats was (wat hij zelf ook vond). Hij had in mijn ogen wél een paar mooie slamgedichten mee. Maar de vraag die ik mij hierbij vooral stel is: wat is in godsnaam ‘schoolfeestpoëzie’?

Het stoorde Kaatje trouwens behoorlijk dat er zo weinig nieuw werk te horen was:
“Wat mij ook wel speet, gezien het een finale was, was dat er zo weinig nieuwe dingen te horen waren. Als ik kijk dat ik Sammy twee maal heb weten meedoen aan een voorronde en ik gisteren voor de derde keer weer dezelfde gedichten hoorde voordragen, gedichten die ik ook al eens op de Nacht van de Powezie had gehoord en deels ook tijdens de Sprekende Ezels toen hij niet meedong maar wel performde, tja… dan ga je je toch wel automatisch afvragen of die ooit nog wel eens schrijft. Zo zijn er nog een paar dichters geweest wiens gedichten ik nu al enkele malen heb gehoord.”
Kijk, als je in de jury zit, moet je toch even kunnen vergeten dat je op de Nacht van de Powezie of de Sprekende Ezels hetzelfde al eens gehoord hebt, niet? Die momenten vallen immers buiten de slamfinale en mogen niet mee geëvalueerd worden. En ik vraag mij helemaal niet af of die jongen nog wel eens schrijft – dat is trouwens geen opdracht van de jury, zich afvragen of iemand nog al dan niet schrijft, wél wat hij of zij die avond brengt en hoe hij of zij dat doet. Wat Sammy Deburggraeve bijvoorbeeld heeft geschreven en gebracht, staat als een huis. En dus is hij voor mij de verdiende winnaar, al had ik hem eveneens reeds enkele malen eerder met hetzelfde werk bezig gezien.

Verder heeft Kaatje het nog over decibels en schreeuwende en gillende dichters, iets dat in Nederland blijkbaar nooit voorvalt:
“Wat doe je met “dichters” die nog steeds denken dat slam gelijkstaat met het produceren van het hoogst mogelijk decibelgehalte waardoor de inhoud totaal aan oren, neus en gezichtsorgaan voorbij drijft richting toilet of exit?” en “Dit is wel mijn persoonlijke mening, een mening gebaseerd op mijn deelnames en bezoeken aan Nederlandse Slamwedstrijden waar ik tot hiertoe nog nooit heb horen schreeuwen en gillen en roepen.”
Tja, ik ben nog nooit naar een Nederlandse slamwedstrijd geweest, dus kan ik niet met zekerheid zeggen hoe het er daar aan toe gaat, toch heb ik hier mijn twijfels over. Maar eerlijk is eerlijk: Fjorton bijvoorbeeld was gewoon veel te luid. En dat was jammer, want zijn teksten vond ik lang niet slecht. Af en toe eens lekker hard roepen geeft een performance wel dynamiek – zolang je rekening houdt met je eigen stembanden en de oren van het publiek. Het is dus beter niet te overdrijven.

Deze nogal uitgebreide ‘bespreking’ van Kaatjes verslag komt misschien een beetje raar over, zeker omdat het van mij komt. Doorgaans bemoei ik me alleen met mijn eigen zaken en af en toe met die van Vlinderman. Maar ik heb gewoon heel erg genoten van deze slamfinale en vond het jammer dat Kaatjes verslag doet uitschijnen alsof er maar weinig te zien was dat de moeite waard was. Ik heb namelijk een heel andere mening, en ik weet dat Kaatje het niet erg zal vinden dat ik die ook eens ‘verkondig’.

Nip

BasicPublishing.nl - de website voor uw verhalen en gedichten

Miss Jackie Tee & Me

Miss Jackie Tee & Me